We beginnen met een feitje. Een cijfer. Frontex, de Europese grensbewakingsdienst, moet gaan groeien van minder dan drieduizend naar dertigduizend mensen. Dat zijn er evenveel als er bij de hele Europese Commissie werken.

Voor wie nog dacht dat de migratiediscussie na het Migratiepact zou gaan liggen: you ain’t seen nothing yet. Nu begint het pas.

Vorige week werd de mogelijkheid om detentiecentra voor afgewezen asielzoekers buiten de EU te creëren door het Europees Parlement definitief bezegeld. Een groep van twintig EU-landen riep nog dezelfde week op om zulke centra, of terugkeerhubs, met EU-geld te gaan financieren.

Door naar deze week. Dinsdag praatten ambtenaren uit vijftien landen en de Europese Commissie met de Taliban, om te kijken of dat bewind Afghanen die zijn afgewezen weer kan gaan terugnemen. Woensdag reisde een Nederlandse kabinetsdelegatie naar Damascus om afspraken over uitzettingen te maken met de nieuwe Syrische regering.

Doorpakken, lijkt het devies. Terecht wordt over al deze nieuwe stappen een – broodnodige – morele discussie gevoerd. Maar nu ze eraan komen, is het ook goed ze los van dat oordeel te toetsen aan de realiteit. Want het fundament onder veel van deze uitzetplannen – en dan specifiek de deals met migratielanden en de terugkeerhubs – is… nogal wankel.