Bij alle coronamaatregelen is de schending van de grondrechten „continu meegewogen”. De maatregelen konden „een enorme impact hebben” op die grondrechten. Dat zei oud-vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) woensdagochtend tijdens haar openbare verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie Corona.

In het begin van de pandemie stond het recht op leven – bevordering van de gezondheid – bovenaan. Daarom koos het kabinet voor „allerlei inbreuken op de grondrechten”, zoals sluiting van scholen, een bezoekverbod in verpleeghuizen en het dichtgooien van onder meer winkels en horeca.

In de loop van de tijd veranderde die weging, zei Ollongren. „Bijvoorbeeld het sluiten van onderwijs, en de gevolgen daarvan voor kinderen, is later zwaarder meegewogen.” Toch gingen de scholen tot driemaal toe dicht. Ollongren: „Daar hebben we heel lang en heel intensief over gesproken. We wilden het niet, we wilden het vermijden, maar het kon niet anders door het virus.”

De scholensluiting had enorme gevolgen, zei Ollongren. Niet alleen ging die ten koste van het leren, het was ook slecht voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Ook de impact op ouders was groot; ze konden niet of nauwelijks werken omdat hun kinderen thuis waren.