Ping! Afwachtende blik, korte verwarring. De toon die dirigent Paul van Nevel in de Dom uit zijn stemvork tikt, wordt door de beiaard buiten overstemd. Van Nevel wacht af. Nóg een toon. Daarop vullen de elf zangers van het Huelgas Ensemble alsnog loepzuiver de ruimte met muziek van Leoninus en Perotinus, rond 1200 ontstaan in de Notre-Dame in Parijs. Soms huppelen de stemmen parallelle wegen, soms meandert één stem virtuoos arabesken boven een orgelend fundament van medestemmen.
Als de Westerse muziek een boom vol takken is, is dit de kiem waaruit die ontsproot. Je kunt traktaten lezen, bronnen uitpluizen, je leven aan wijden aan de context van deze noten. Paul van Nevel, tachtig jaar, deed dat allemaal. Maar de reis is nooit voltooid. Hoe muziek acht eeuwen geleden werkelijk klonk, kom je nooit helemaal te weten. Maar dichter bij 1200 dan zoals hier nu, met a capella zang in een kathedraal uit 1250, kun je moeilijk komen.
Die sensatie alleen al is een omweg waard, en die maken velen dan ook. Jaarlijks vinden tienduizenden liefhebbers Utrecht voor het Festival Oude Muziek, dat in 1982 als spin off van het Holland Festival ontstond. Het festival werd de place to be voor liefhebbers van middeleeuwse motetten, authentieke barokfluiten en een Monteverdi-stijl die nou eens echt lééfde en dus niet, zoals de NRC-recensent tijdens het eerste festival optekende, werd gezongen met ,,pruimemondjes vol piëteit”.






