Ik heb weinig goede ervaringen op het Holland Festival. Sinds ik het bestaan ervan in 2019 ontdekte, ga ik elk jaar naar een paar voorstellingen. Het is niet dat ik me er geen één kan herinneren, maar toch… De hier-gebeurt-het-sfeer die altijd rond dat Amsterdamse junifestival voor podiumkunsten hangt, zorgde ervoor dat ik ieder jaar met te hoge verwachtingen ging. Want meestal gebeurde er weinig memorabels.
In mijn bubbel – vrienden en familie, allen tussen de 20 en 70 jaar – gaat zelden tot nooit iemand naar een voorstelling in het Holland Festival. Ik, 31 jaar, heb dat de laatste weken eens rondgevraagd. De meeste twintigers en dertigers in mijn omgeving, overwegend Amsterdamse cultuurliefhebbers, konden niet uitleggen wat het Holland Festival is, of ze hadden er zelfs nog nooit van gehoord. Eén, een schrijfster, dacht dat ‘Holland’ festival iets voor toeristen was. Een collega verwoordde: „Ik heb het gevoel dat ik er iets mee moet, maar ik heb geen idee wat.”
Ook ik leerde het Holland Festival pas kennen toen ik bij NRC ging werken. Toen had ik er zes jaar muziekwetenschap in Amsterdam op zitten. Maar na meerdere teleurstellingen ging ik al snel liever naar oper-a, theater en muziekfestivals als O. in Rotterdam: ook experimenteel, maar minder internationaal, kleiner, jonger, goedkoper, bereikbaarder en verwelkomender.














