Vraag Patrick Ayrton (65) welk gerei er in de gereedschapskist van de barokcomponist zit en je krijgt pardoes een snelcursus compositietechnieken. „Wel eens gehoord van fonte, monte, ponte?” In zijn huis op het Bourgondische platteland loopt Ayrton videobellend met laptop en al naar het klavecimbel. Hij neemt een motiefje en speelt het steeds een stapje lager (als ware het neerklaterend water uit een fontein), dan laat hij het opklimmen (als een berg). En dan is er nog de ponte, een manier om een stukje muziek van A naar B te brengen zoals een brug twee gelijke oevers met elkaar verbindt.
Ayrton duikelde fonte, monte, ponte op in een compositiehandboek van de achttiende-eeuwse muziektheoreticus Joseph Riepel, van wie ook de jonge Mozart de kunst afkeek. Zo zijn er nog vele manieren om een klein muzikaal idee uit te spinnen tot een muzikale zin [een kort stukje muziek dat samen één afgeronde gedachte vormt]. Ayrton noemt die manieren de ‘moleculen’ waaruit barokmuziek is opgebouwd. Het liefst zou hij een hele dag buiten zitten – hij draait de camera naar het raam met uitzicht op een groen omzoomd terras – om de ins en outs van die muzikale chemie uit te doeken te doen. „Couperin, Händel, Purcell, Vivaldi, Bach: allemaal gebruikten ze dezelfde moleculen om te componeren. Ik dacht: waarom zou Patrick Ayrton dat niet ook kunnen?”








