Het begint met „een accoord wat je moeder mooi vindt”. Dan komt er een „een accoord wat je zelf mooi vindt”. Dan een „accoord wat je familie lelijk vindt”.
Nu weet je hoe het begin van De Schat van Scharlaken Rackham klinkt: een recent herontdekt muziekstuk van de Utrechtse componist Louis Andriessen. Andriessen componeerde het in 1970 voor leerlingen van de Utrechtse Muziekschool. Niet op normale notenbalken, maar op een negen meter lange behangrol (zie onderaan). Het conservatorium van Utrecht greep de herontdekking dit jaar aan om hun 150ste verjaardag mee te vieren. De afgelopen maanden werkten tachtig leerlingen aan het interpreteren van Andriessens aanwijzingen. Zondag wordt het uitgevoerd.
Interpreteren, want ‘componeerde’ kun je vrij breed zien. Andriessen schreef voor de kinderen die het zouden uitvoeren vooral opdrachten en grafische aanwijzingen om zélf te bedenken wat er moet klinken. Zoals: „probeer de grote SCHAT te vinden in de grote D. Langzaam lopen. En zachtjes. Goed op elkaar letten. Alleen met z’n allen is hij te vinden”.
Gitarist Wiek Hijmans, coach artistieke ontwikkeling op het conservatorium, wijst het vrijdagmiddag allemaal aan op een grote replica van de behangrol (de originele rol ligt, ooit in tweeën geknipt om op een muur te passen, in een bladmuziekarchief in Zwitserland). Samen met vijf leerlingen wil hij NRC wel even een voorproefje geven. Hijmans is de grote kartrekker van het project. Trots vertelt hij hoe studenten van alle afdelingen (klassiek, pop/jazz, docent muziek en ‘musician 3.0‘) aan het stuk hebben gewerkt. Andriessen schreef het eigenlijk voor „Houtblazers, toetsinstrument 1, 2 en 3, en strijkers”, maar bij deze uitvoering nam elke afdeling een partij voor haar rekening.












