Ik weet niet precies wanneer ik ophield te geloven in de wereld waarin ik mijn loopbaan begon. Ik groeide op in de jaren tachtig en negentig, een optimistische maar geen zorgeloze tijd.

De Koude Oorlog betekende ook angst voor een kernoorlog. De Amerikaanse president Ronald Reagan zagen we als een gevaarlijke cowboy. Samen met mijn vader stond ik in 1983 op het Malieveld te demonstreren tegen Amerikaanse kruisraketten. Militairen, dacht ik, zagen al snel meer dreiging dan gerechtvaardigd was. De NAVO was toch vooral een Amerikaanse club. Europa was belangrijk, maar ook een beetje saai: op het Journaal ging het over melkplassen, boterbergen en ruzies over visquota.

Steven Everts is directeur van het EU-Instituut voor Veiligheidsstudies.

Toch zat er onder al die zorgen een grondlaag van optimisme. We dachten dat de wereld vooruitging en dat we die vooruitgang ook konden organiseren. Achter dat wereldbeeld zaten drie overtuigingen die ik als vanzelfsprekend zag. Namelijk: de geschiedenis beweegt zich, ondanks tegenslagen, in de richting van vooruitgang. Economisch eigenbelang en rationaliteit begrenzen agressie. Instituties, regels en samenwerking kunnen macht temmen en conflicten beheersbaar maken. Die drie zekerheden zijn in de loop van mijn professionele leven een voor een gaan schuiven.