Dat een bondgenootschap een lege huls kan zijn, is niets nieuws. Zo waren Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog elkaars bondgenoten, maar leunde hun vriendschapsverdrag vooral op het bijleggen van hun koloniale conflicten en hun angst voor het opkomende Duitsland. Met veiligheid in Europa had hun Triple Entente niets van doen. Het was zelfs tot op het laatst onduidelijk of Groot-Brittannië Frankrijk te hulp zou schieten als het door Duitsland werd aangevallen. Terwijl zo’n publieke belofte de beste afschrikking was en het uitblijven ervan de Duitse keizer juist zou aanmoedigen om tegen Rusland ten strijde te trekken.
Odd Arne Westad, hoogleraar geschiedenis aan Yale University, gebruikt die lege huls van de Triple Entente in zijn nieuwe boek De naderende storm als voorbeeld om te laten zien dat er in 2026 weinig veranderd is als het om betrouwbare bondgenoten gaat. Want waar in 1914 Groot-Brittannië met zijn draaikonterij de Duitse aanvalsplannen aanmoedigde, is tegenwoordig Amerika de onbetrouwbare factor als het om de verdediging van de NAVO-landen gaat. President Trump is dan ook een godsgeschenk voor Rusland, dat alles doet om de zwakte van de NAVO aan te tonen. Niet voor niets maken westerse militaire analisten zich in toenemende mate zorgen over de kwetsbare positie van Estland, mocht Vladimir Poetin het in zijn hoofd halen om het Estische stadje Narva met zijn aanzienlijke etnisch Russische bevolking binnen te vallen. Grote vraag is dan of artikel 5 van het NAVO-handvest (een voor allen, allen voor een) in werking wordt gesteld. Poetin lijkt erop te gokken dat de NAVO in dat geval niets zal doen, uit angst voor een escalatie met tactische kernwapens. Waar het vanaf het moment van zo’n Russisch succes naartoe gaat is een huiveringwekkend scenario.






