Anniek de Ruijter, hoogleraar gezondheidsrecht en -beleid aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en vanaf 1 september rector magnificus van die universiteit, had aan de telefoon bij het maken van de afspraak al gewaarschuwd: ze was verbaasd over de verontwaardiging in kranten, nadat vorige week bekend werd dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voor tienduizenden euro’s boetes heeft opgelegd aan de uitgevers van de Volkskrant, De Telegraaf, AD en ook NRC voor hun berichtgeving over diabetesmedicijnen die worden gebruikt als afslankmiddel. Reclame, oordeelde de IGJ.
„Je collega’s wisten hier toch wel van?”
„Dat denk ik niet.”
„Apart.”
Door de telefoon had De Ruijter er ook op gewezen dat reclame voor geregistreerde geneesmiddelen al sinds de jaren negentig verboden is. In 1992 werd een Europese richtlijn met die strekking van kracht, die vervolgens werd omgezet in nationale wetgeving. Volgens de Geneesmiddelenwet wordt onder reclame verstaan: „elke vorm van beïnvloeding met het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een geneesmiddel te bevorderen, dan wel het geven van de opdracht daartoe”.










