Twee weken geleden schreef ik hoe toenemende juridische druk de journalistiek bedreigt. Maar de boetes van tienduizenden euro’s die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) oplegt aan NRC, De Telegraaf, de Volkskrant en het AD voor berichtgeving over afslankmiddelen zijn van een andere orde. Nu perkt de óverheid de journalistiek in, om „ernstige schade” aan de volksgezondheid te voorkomen.

Met deze boetes oordeelt de Inspectie: deze journalistiek mag beschouwd worden als publieksreclame voor geneesmiddelen – en zulke reclame is verboden. Het is een oordeel dat, als het standhoudt bij de rechter, de medische journalistiek in Nederland blijvend zal beknotten. Nadat het nieuws over de boetes dinsdag via Het Financieele Dagblad naar buiten kwam, hebben hoofdredacteuren en journalistieke organisaties er unisono hun afkeuring over uitgesproken.

Vorig jaar legde de IGJ al boetes op aan dagblad De Stentor en tijdschrift Flair voor ervaringsverhalen over afslankmedicatie. Dat gebeurde in relatieve stilte – het viel pas op toen de rechtbank dit voorjaar de boetes in stand hield. En nu: boetes aan vier kranten tegelijk, voor allerlei artikelen. Deze week heerste op de NRC-redactie, naast verontwaardiging, vooral verwarring. „Het is mistig”, zegt chef wetenschap Laura Wismans over de onderbouwing van de boetes. „Ik weet niet wat nu wel mag en wat niet. Maar dit kan een aardverschuiving zijn voor de wetenschapsjournalistiek.”