Wie wist wat en wanneer? Dat was dinsdag de belangrijkste vraag tijdens een spoeddebat in het Spaanse parlement nadat onlangs in totaal zo'n 70.000 migranten de grens bij de exclave Ceuta ongehinderd konden oversteken.
De vraag is simpel, het antwoord een stuk ingewikkelder. Zelfs binnen de regering van Pedro Sánchez bestaat daarover onenigheid. Ten overstaan van het parlement verzekerde defensieminister Margarita Robles dinsdag dat ze zeker wist dat de centrale inlichtingenautoriteit (CNI) de regering had gewaarschuwd. Daar leverde ze geen bewijs voor: mogelijk was de waarschuwing mondeling gegeven, zei ze.
Haar collega Fernando Grande-Marlaska, minister van Binnenlandse Zaken, heeft een andere lezing. Hij houdt al weken vol dat de regering in Madrid níet op de hoogte was van de opbouw van de tienduizenden migranten aan de Marokkaanse kant van de grens bij Ceuta. Grande-Marlaska sprak de verklaring van Robles kort na het debat meteen tegen.
De tegenstrijdige beweringen van twee van zijn prominentste ministers zijn een probleem voor premier Pedro Sánchez, de uitgesproken sociaaldemocraat die al langer onder druk staat vanwege een serie corruptieschandalen binnen zijn partij. De chaotische gang van zaken rond de bestorming van Ceuta maakt hem niet populairder bij de oppositiepartijen, die de messen voor het debat van dinsdag hadden geslepen.










