Al twee weken heeft Arij Boll haar niet gezien. Zijn zoon heeft hem al gewaarschuwd dat Boll (89) niet moet schrikken als hij z’n echtgenote weer ziet. Ze is achteruitgegaan.
Het is 10:25 uur op een zondagochtend in augustus, wanneer Boll de deur van z’n huis op Schiermonnikoog achter zich dichttrekt. In een donkerblauwe BMW rijdt hij naar de haven. Onderweg zwaait hij naar bekenden.
Tien minuten later parkeert hij op de boot. Zo begint de lange reis die hij om de week maakt om Miny (90) te zien. Sinds juni vorig jaar verblijft Bolls echtgenote in een verpleeghuis op Terschelling. Nadat dementie bij haar werd vastgesteld, bleef ze nog twee jaar thuis wonen op Schiermonnikoog. De thuiszorg kwam ’s ochtends en ’s avonds. Maar in de nacht waren ze alleen met z’n tweeën. „Dan ging ze midden in de nacht uit bed, dacht ze dat het ochtend was en wilde ze zich aankleden. ‘Het gaat niet meer Arij’, zei de arts.”
Verpleeghuis op het vasteland
Wie op Schiermonnikoog woont, dementie krijgt en veel zorg behoeft, kan vaak niet op het eiland blijven. Er is geen verpleeghuis. Maar de eilanders – zo’n 970 in totaal – willen dat wel. „Al vijftig jaar leeft op Schiermonnikoog de wens voor een kleine woonvoorziening”, zodat zieke inwoners „ook in hun laatste levensfase er kunnen blijven wonen”, stelde het Planbureau Fryslân begin dit jaar in een onderzoek naar de wensen van ouderen op de Waddeneilanden.






