Een minuut eerder dan het afgesproken tijdstip loopt Xavi Hernández dinsdagmiddag de zaal van de KNVB Campus in Zeist binnen. Bijna geruisloos, zoals in zijn tijd als speler op het middenveld van FC Barcelona. Een knikje voor een bekende, verder een strakke blik. Net als aan de buitengevel van het bondsbureau, toont een scherm in de zaal grote portretten van hem, naast foto’s van een Nederlandse vlag en een tribune vol Oranje-fans. In witte kapitalen staat er ‘Xavi’.
„Dankjewel Nigel”, zegt de Catalaan (46) in het Nederlands, nadat directeur topvoetbal Nigel de Jong een introductie heeft gegeven, die Xavi op een koptelefoon via een tolk heeft beluisterd. „Mijn gevoel vandaag is dat ik naar de universiteit van het voetbal ga”, is een van zijn eerste – ingestudeerde – citaten. Hij heeft een sterke band met de ‘Hollandse school’, in het persbericht bij zijn aanstelling noemde hij zich al „een zoon van het Nederlandse voetbal”.
Directeur De Jong heeft dan al beschreven hoe de KNVB bij hem is uitgekomen. Hoe ze in eerste instantie Pep Guardiola hadden gepolst, de invloedrijkste trainer van zijn generatie, maar dat die na zijn vertrek bij Manchester City toe was aan een sabbatical. Dat de Nederlander Arne Slot na zijn ontslag bij Liverpool FC de volgende topkandidaat was, maar hij er ook van afzag omdat hij clubtrainer wilde blijven. En dat De Jong en zijn staf vervolgens bij Xavi waren uitgekomen.













