Soms is het fascinerend te merken dat bepaalde zaken in de afgelopen decennia amper zijn veranderd. Zo blijkt dat ook in het New Yorkse artistieke wereldje van de jaren zeventig oprechte vriendschap en schaamteloos netwerken al naadloos in elkaar overliepen, en dat ook toen mensen niet vies waren van namedropping en wat tegenwoordig ‘humblebragging‘ heet.
Althans, dat is een van de dingen die opvallen in een meanderend gesprek dat schrijfster Linda Rosenkrantz (1934 – ze is nu 92 jaar) en fotograaf Peter Hujar (1934-1987) voerden in 1974. Een gesprek dat Rebecca Hall en Ben Whishaw bijna woord voor woord naspelen in Peter Hujar’s Day van regisseur Ira Sachs (1965). Er zijn veel overeenkomsten met actuele culturele evenementen in de grachtengordel of series over neurotische stedelingen die ‘iets’ artistieks doen. Al is de kans klein dat de namen die daar over de tong gaan vijftig jaar later nog zo bekend zullen klinken als veel personen over wie Rosenkrantz en Hujar het hebben.
Zo vertelt Hujar dat hij wakker werd met een telefoontje van Susan Sontag en dist hij smakelijke, flirterige of nietszeggende anekdotes op over mensen als Allen Ginsberg en Fran Lebowitz. Hujars zwart-witfoto’s zouden vooral na zijn dood bekendheid verwerven, zijn meest bekende werk is tegenwoordig waarschijnlijk de iconische cover van bestseller A Little Life.






