Ruim 16.000 doses van een ebolavaccin kwamen vrijdagavond aan in de Congolese hoofdstad Kinshasa, ondanks een onbeantwoorde vraag: werken ze ook tegen Bundibugyo? Het vaccin beschermt tegen de zogeheten ‘Zaïre-stam’ van ebola, die bij eerdere uitbraken in Congo dominant was. Mogelijk biedt de prik ook enige bescherming tegen de Bundibugyo-stam, die de huidige epidemie veroorzaakt maar waarvoor nog geen goedgekeurd vaccin of specifieke behandeling bestaat. Bewezen is dat niet, maar Congo zet de doses alvast in.
Tijd om op zekerheid te wachten is er nauwelijks. Het land dat sinds 1976 zestien ebola-uitbraken onder controle kreeg, ziet de zeventiende uitgroeien tot de dodelijkste in zijn geschiedenis: in drie maanden 5.514 bevestigde besmettingen en 2.642 doden in zes provincies, met het oostelijke Ituri als zwaartepunt. De epidemie, die in mei werd uitgeroepen, is verre van onder controle. De respons kan het tempo van het virus nog altijd nauwelijks bijbenen.
Aan de continentale kant van de respons staat Jean Kaseya (55). De Congolese arts leidt Africa CDC, het gezondheidsagentschap van de Afrikaanse Unie. Inmiddels heeft de epidemie ook Kisangani bereikt, een grote havenstad aan de Congo-rivier. De regering probeert te voorkomen dat het virus zich via die rivier verspreidt naar Kinshasa, een stad met ruim 16 miljoen inwoners. „Je ne suis pas magicien (ik ben geen tovenaar)”, zegt Kaseya, zelf afkomstig uit de hoofdstad, via videoverbinding. „Ik kan dat niet voorspellen. Maar bij een epidemie die zich op deze manier blijft ontwikkelen, moeten we snel oplossingen vinden en er alles aan doen om haar vandaag te stoppen. Doen we dat niet, dan zal Kinshasa niet buiten schot blijven.”













