Aan het einde van Zomergasten drinkt presentator Janine Abbring haar glas leeg en zet het omgekeerd op tafel, alsof ze een wesp probeert te vangen. Het blijkt haar glazen bol. „Ik zie, ik zie… een vrouw die ik écht heel stoer vind”, zegt ze met samengeknepen ogen. „Een vrouw die streng is voor zichzelf, veel mededogen heeft voor de ander… Ik zie ook een vrouw die de komende jaren niet alleen oma zal zijn. […] Dus Sigrid, zeg het mij, op welke verkeerde types ga je je nog storten de komende tijd?”

Nu buigt Sigrid Kaag (64) zich over het glas. Ze draait het rond met haar vingertoppen. „Nou, ik zal je zeggen: er zijn er veel van. Dat scheelt, de arbeidsmarkt vloeit over van kansen…” De toekomst als een leeggedronken glas vol ‘verkeerde types’; geen slechte metafoor voor de aflevering Zomergasten van zondagavond.

„Je moet wel een masochist zijn!”, had een van de dochters van Kaag gezegd, toen ze hoorde dat haar moeder te gast zou zijn in Zomergasten. Ja, om drie uur televisie te vullen. Maar ongetwijfeld ook om wat Kaag te verduren heeft gehad in de Nederlandse ‘publieke arena’ toen ze vicepremier was: pesterij, bedreiging, seksisme, intimidatie. Na de val van Rutte IV ging Kaag liever naar Gaza dan dat ze zich opnieuw verkiesbaar stelde – ze werd er humanitair coördinator voor de VN.