„Toen ik werd gevraagd voor Zomergasten voelde ik me vooral heel erg vereerd”, zegt Nasrah Habiballah vrijdagmiddag op mijn Instagramfeed. Het is, zegt ze zittend in het Zomergasten-decor, een iconisch programma. Ter promotie van het laatste seizoen heeft de socialemediaredactie van de VPRO verzonnen dat elke Zomergast vragen moet beantwoorden. Tinameiden vragen zoals: „Heb je last van zenuwen?” Ik denk dat het bedoeld is als teaser op sociale media en ik weet dat ik het zondag moet kijken, maar door het Instagram-filmpje heb ik geen zin meer. Dat ligt niet aan Habiballah.

„Wie moet er zeker naar jouw avond kijken?” en „Wat wil je bereiken met jouw avond?” Habiballah antwoordt natuurlijk met platitudes als: „Ik hoop dat mensen met een iets andere blik naar de wereld gaan kijken”. Wat moet ze anders in één minuut en twintig seconden. Ze gebruikt nog drie keer het woord „hoop”, maar de avond moet ook leuk worden. Het overkoepelende thema zal vooral menselijkheid zijn, besluit ze. Het hele idee van een drie uur durend interview is dat je als kijker zelf bepaalt of je verwonderd, geraakt, verveeld of verrast bent. Niet de socialemediaredactie van de VPRO.

Twee maanden is Habiballah nu terug in Nederland. Het correspondentschap, voor de NOS naar Israël en de Palestijnse gebieden, was haar droombaan. Na anderhalve maand brak de oorlog uit. Het was niet het correspondentschap waar ze op had gehoopt. Ze moest de hele dag live, hard nieuws brengen. Habiballah wilde liever op pad, praten met de mensen. Zoals ze deed toen ze nog regioverslaggever was in Rotterdam en Den Haag. De eerste tien minuten van het interview voelen als een sollicitatiegesprek met een manager die net een coachingopleiding heeft gedaan: „Hoe pakte je dat aan dan”, vraagt presentator Janine Abbring als Habiballah vertelt over de functie van een buurthuis in een achterstandswijk. „Heb je een bepaalde manier om in contact te komen met mensen?”