Toen Korie Homan na de operatie half ontwaakte uit de narcose, vroeg ze: „Is-ie eraf?” Haar moeder, die naast het ziekenhuisbed zat, antwoordde bevestigend. Homan moet toen iets hebben gezegd als „mooi!” en viel meteen weer in slaap. Door de amputatie van haar rechteronderbeen hoopte de toen 16-jarige Homan eindelijk verlost te zijn van de helse pijnen die haar al jaren kwelden.
„Natuurlijk was ik verdrietig dat ik mijn onderbeen was kwijtgeraakt”, vertelt Korie Homan (40), „en dat ben ik nu af en toe nog”. Toch was de amputatie vooral „een opluchting”. Het „ding” – haar onderbeen was steeds meer gaan voelen als een losstaand ding – had haar jonge leven volkomen ontregeld door de allesoverheersende pijn. De toekomst zag ze vóór de operatie somber in.
Nu is Homan dierenarts, gespecialiseerd in de chirurgie (van de weke delen, om precies te zijn). Ze kijkt terug op een succesvolle topsportcarrière, waarin ze als rolstoeltennisser goud won op de Paralympische Spelen (in het dubbelspel). Ze heeft een gezin met twee jonge kinderen en woont in een fraaie rietgedekte hoeve op de Veluwe. „Dit alles had ik zonder de amputatie allemaal niet kunnen bereiken”, zegt Homan tijdens een gesprek in haar tuin, waar twee honden rondscharrelen.







