De Parade op donderdagavond in het Amsterdamse Martin Luther Kingpark: jongeren met fles en sigaret rond picknicktafels. Oudere vriendengroepen, overwegend vrouwelijk, scharrelen tussen de theatertenten. Er is veel licht en geluid, een silent disco en een enorme rij voor de wc’s. En midden op het terrein, voor haar eigen theatertent: Margriet van der Linden (56), in felblauw trainingspak.
Het is voor haar ook even wennen, vertelt ze een dag daarvoor aan de bar van café De Pels. De meeste mensen zullen haar kennen als talkshowpresentator (M, Zomergasten), televisiemaker (How to be Gay, State of Hate) of journalist/schrijver (Opzij, De liefde niet), maar tegenwoordig is ze ook theatermaker. Vanaf september gaat ze voor het eerst het land door met een eigen voorstelling. Deze zomer gebruikt ze de Parade, het rondreizende theaterfestival, als proeftuin. Wat werkt wel, wat niet?
De Parade in Den Haag heeft ze achter de rug, Utrecht volgt medio augustus. Maar nu eerst Amsterdam, vier dagen lang, voorstellingen van een half uur. „Ik weet even niet of het twee of drie keer per avond is.” Drie keer. „Aha, oké. Het maakt geen verschil in voorbereiding, kan ik je vertellen. Maar dan weet ik hoe zwaar het wordt.”








