„Hoeveel kankerpatiënten heb je nodig om een gloeilamp te verwisselen?” „Dertien. Eén om de lamp te vervangen, twaalf om te zeggen hoe dapper hij is.” De tieners springen haasje-over van het lachen – en dan komen er nog drie kankermoppen. Als ‘chemozomerkamp’ één voordeel heeft, dan is het dit: niemand behandelt je als patiënt, want iedereen is ziek.

Sunny Dancer is de nieuwste toevoeging aan het meest melodramatische young adult-genre in de filmwereld: coming of age met terminale tieners. In A Walk to Remember (2002) en Now is Good (2012) werken geliefden vóór het sterven een bucketlist af. In Me and Earl and the Dying Girl (2015) treedt een schuchtere scholier uit zijn schulp door een vriendschap met een meisje dat sterft aan kanker.

De populairste film in dit genre is The Fault in Our Stars (2014). Twee zieke tieners delen een noodlottige romance, waarbij ze afreizen naar Amsterdam en voor het eerst zoenen in het Anne Frank-huis. De film was zó populair dat het voosbankje uit de film, op de Leidsegracht, een toeristentrekpleister werd. Toen het bankje in 2014 plotseling verdween, was dat wereldnieuws. (Het werd diezelfde zomer weer teruggeplaatst.)

Cliché: dit soort films gaan meer over leven dan sterven. Centraal staan verlegen tieners, jongeren die niet ‘dúrven leven’. In negentig minuten leert kanker ze de dag te plukken. Ofwel omdat ze zélf ziek worden, of omdat ze geïnspireerd worden door een geliefde die, ondanks doodvonnis, tóch leeft als een wild stromende rivier.