De afgelopen jaren trok ik langs scholen, theaters en herinneringscentra om te vertellen over voormalig Nederlands-Indië en de doorwerking van de koloniale periode op Indische families. Vaker wel dan niet valt voor het starten van de Powerpoint al de term Indisch Zwijgen en dan moet ik toch weer een migraineremmer nemen. Vooral in de aanloop naar de herdenkingen van 15 en 16 augustus komen velen met deze mythe aanzetten, alle documentaires, lesbrieven en boeken ten spijt.

Voor wie het niet weet: Indisch Zwijgen betreft de veronderstelde stilte van de Indische gemeenschap over het verleden. Ooggetuigen van de koloniale periode (die we de eerste generatie noemen) zouden zwijgen over wat er voor, tijdens en na de Japanse bezetting en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog gebeurde. Ze zouden hun nazaten (de tweede, derde en vierde generatie) niet willen opzadelen met alle ellende. Dat is verdrietig en werkt generaties lang door, maar zwijgzaamheid na trauma is niet typisch Indisch. Je ziet het ook bij hen die de Armeense genocide overleefden, de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi’s of de val van Srebrenica.

Wegkijken scheelde nou eenmaal tijd, gedoe en vooral geld

De tweede misvatting is dat er zoiets bestaat als Indisch Zwijgen-in-het-publieke-debat. De Indische gemeenschap liet al vanaf 1945 van zich horen, onder wie de strijdvaardige schrijver Tjalie Robinson, en hij was de enige niet. Er zijn genoeg leden van de eerste en tweede generatie geweest die in de decennia na de repatriëring keer op keer bij de overheid aanklopten voor erkenning, rechtsherstel en materiële genoegdoening. Er zijn genoeg leden van de derde en vierde generatie die via herdenkingen, bijeenkomsten en kunst aandacht vragen voor het onrecht dat hun voorouders is aangedaan.