Dat IJsland het enige NAVO-lid is zonder leger, zit Arnór Sigurjónsson (73) en Dadi Freyr Ólafsson (42) dwars. „Het kan best zijn dat bij een aanval Artikel 5 van de NAVO in werking gaat’, zegt Sigurjónsson somber op een junidag bij Reykjavik Airport. „De NAVO staat onder druk vanwege de Amerikaanse president Donald Trump, die alleen in deals en geld verdienen denkt. De Europese Unie is bezig met haar eigen veiligheid. Alleen als het ze uitkomt, zal iemand omkijken naar IJsland.”
De twee mannen richtten samen enkele jaren geleden het platform ‘IJslandse Garde’ op om via (sociale) media aandacht te vragen voor de kwetsbare positie van IJsland. Toepasselijk stelden ze voor elkaar te ontmoeten op een plek waar nog Britse Nissenhutten staan, de golfplaten halfronde gebouwen die gebruikt werden als barakken en opslagplaatsen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De IJslandse garde-mannen waarderen de Nissenhutten als militair-cultureel erfgoed.
Sigurjónsson werd als militair opgeleid in Noorwegen en richtte een anti-terreureenheid op binnen de IJslandse politie, de zogeheten Viking Squad. In 2023 schreef hij het pamflet Icelandic Army. New Challenges in a Changed World, waarin hij het belang van een leger benadrukt vanwege de dreigingen vanuit met name Rusland. Dat pleidooi heeft wat hem betreft alleen maar aan actualiteit gewonnen. Ólafsson heeft geen militaire ervaring, maar werd als IT-er gealarmeerd door de cyberkant van oorlogvoering en kwam zo in contact met Sigurjónsson.








