Dementie, de schrik van vele ouderen. Dingen vergeten is tot daaraan toe, de macht verliezen over het eigen doen en laten, het leven, is dat niet. Het aantal dementerenden neemt de komende decennia alleen maar toe door de vergrijzing: van 320.000 nu naar een verwachte half miljoen in 2040. Maar er is ook goed nieuws. Epidemioloog Arfan Ikram, dementiewetenschapper van het eerste uur, noemde de ziekte in zijn Rotterdam-lezing aan de Erasmus Universiteit niet langer onvermijdelijk.

„De kans om dementie te krijgen, is met 15 procent gedaald ten opzichte van tien jaar geleden, en nog eens 15 procent ten opzichte van de tien jaar daarvoor. Daardoor groeit het aantal nieuwe gevallen van dementie minder snel dan eerder werd verwacht”, meldt Ikram monter, op zijn werkplek op de 28ste etage van het Erasmus MC. Het uitzicht is formidabel, op de Nieuwe Maas, museum Boijmans van Beuningen, De Kuip, en met het mooie weer is zelfs Den Haag te zien. Ikram geeft leiding aan het ERGO-bevolkingsonderzoek, dat sinds 1990 20.000 Rotterdammers heeft gevolgd en kijkt wat de risicofactoren zijn van ouderdomsziekten, zoals dementie.

Hoe is die afname van 15 procent mogelijk?

„‘Verbeterde’ genen kunnen het niet zijn, zo snel gaat de evolutie niet. Er is ook nog geen wondermedicijn. Het enige dat overblijft is dat we beter zijn geworden in het voorkomen van hart- en vaatziekten. Er overlijden momenteel veel minder mensen aan een hartinfarct of beroerte dan voorheen. En aangezien bloedvatschade in het brein veel voorkomt bij dementie, ligt het voor de hand dat die afname daardoor veroorzaakt wordt. Die tendens zien we ook terug in andere westerse landen.”