Ana Mendieta had zichzelf al begraven voor ze dood ging. In 1973 bezocht Mendieta, toen 25, met een groep kunststudenten Yágul, een archeologische vindplaats van de Zapotec-beschaving in Oaxaca, Mexico. Ze had het idee al voorbereid: in een van de voormalige graven kleedde ze zich snel uit, en liet zich, volgens afspraak, door vriend en collega Hans Breder zo met gipskruid bedekken dat het leek of de bloemen uit haar lichaam groeiden. Breder maakte foto’s. Nu hangt op Mendieta’s grote overzicht in Tate Modern in Londen het resultaat: Imágen de Yágul, een foto die vol zit met betekenis en associaties – Mendieta’s naaktheid, het graf uit een beroemde historische beschaving , het gipskruid dat in Mexico vaak wordt gebruikt op begraafplaatsen, de associatie met Ophelia of met de mythische Daphne die liever in een boom verandert dan door Apollo te worden aangerand.

Al snel maakt Mendieta meer grafwerken. In 1974 laat ze zich bijvoorbeeld bedekken met een dikke laag gras, wat leidt tot het onbedoeld geestige filmpje Grass Breathing, waarin we het grasveld zien ‘ademen’. En in datzelfde jaar, als ze terugkeert naar Yágul, gaat ze naakt in het rotsenlandschap liggen, en laat zichzelf deels met stenen bedekken. Het beeld is pijnlijk en confronterend: een naakte vrouw onder de keien, deels begraven, volledig verlaten. Associaties met eenzaamheid, steniging, dood, vergetelheid.