„Wat was toch die obsessie met mezelf? Als kind tekende ik zelfportret na zelfportret na zelfportret. Ik was zo op zoek. Maar ik wist niet waarnaar. Als je zo jong bent heb je daar geen vocabulaire voor.”
De Amerikaanse kunstenares Martine Gutierrez (37) zit aan een tafel in de bibliotheek van het Amsterdamse fotomuseum Huis Marseille en vertelt over haar solotentoonstelling Wunderkind. In het hele museum, in dertien zalen, zijn deze zomer onder meer haar kindertekeningen te zien. Die komen ook terug in grote, collageachtige foto’s, net als oude verkleedkostuums, schetsboeken, de vele poppen en het speelgoed uit haar jeugd. Er is een video van een schattige vijfjarige die dolenthousiast een dansvoorstelling geeft tussen de schuifdeuren, een sprookjesfilm die ze regisseerde toen ze tien was.
In de expositie reconstrueert en onderzoekt Gutierrez haar kindertijd, met voorwerpen uit haar jeugd, foto’s van haar ouderlijk huis en de rol van haar moeder, die haar altijd tot steun was, en afwezige vader. „Ik had altijd het gevoel dat ik niet paste. Een kind met een voorliefde voor zeemeerminnen en alles wat glinsterde. Ik zocht mijn uitlaatklep in creativiteit en fantasie. Het is niet gek dat ik uiteindelijk kunstenaar werd – of misschien altijd al was? Mijn carrière van de laatste jaren lijkt steeds harder te gaan. Maar het voelde alsof ik ergens in het midden was begonnen, het was niet het hele verhaal. Ik wilde terug naar het begin.”






