„Schaamlip, de”, staat in de Dikke Van Dale. „(Anatomie) De lipvormige huidplooien die de schaamspleet begrenzen (labia pudenda).” Dat pudenda, dat komt van het Latijnse pudendum, en betekent ‘delen waarvoor men zich moet schamen’. Maar waarom eigenlijk, vroeg seksuologe Ellen Laan zich in 2021 al af op Twitter: „We hebben het ook niet over schaamballen.” Zij stelde voor de „anatomisch correcte benaming” te gaan gebruiken: vulvalippen. Dat woord, maakte de uitgeverij van het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal deze vrijdag bekend, krijgt nu een officiële status en wordt opgenomen in het woordenboek.

Dolle Mina’s en de campagne Schaamteloos streven al jaren naar dit stukje emancipatie van de taal. Want, zo staat op de site van Schaamteloos: „Waarom gebruiken we eigenlijk woorden met ‘schaamte’ wanneer we naar delen van ons lichaam verwijzen?” Dat geldt natuurlijk ook voor schaamhaar, de schaamstreek en het schaambot. Maar, zo stellen ze, omdat maar de helft van de mensen schaamlippen heeft, ondervinden zij „onevenredig veel last van het taboe dat rust op het praten hierover”.

Bepaalt Van Dale de Nederlandse taal? Nee, een woord hoeft niet opgenomen te zijn in de Dikke Van Dale om een bestaand Nederlands woord te zijn. Zo staat ‘facturatie’ er bijvoorbeeld niet in, schrijft Onze Taal, maar dat wil niet zeggen dat het niet bestaat. Wanneer mag een woord er dan in? „Als de redactie dat woord gedurende langere tijd regelmatig aantreft in kranten, tijdschriften, boeken en op internet.” Het moet, kortom, „algemeen bekend en ingeburgerd” zijn.