Met rode, gezwollen en samengeknepen oogleden loopt ambassadeur Joe Popolo een raamloos vergaderzaaltje in Washington binnen. Hij is sinds vorig jaar Donald Trumps gezant in Nederland, maar liet een oogoperatie toch liever thuis doen. „Een nogal gevoelig gebied”, zegt hij, bijna verontschuldigend. Tijdens zijn herstelperiode in de VS maakt hij tijd voor een kort interview.

Soms kiest Popolo daarin de grote woorden, zoals de president ze ook gebruikt. Googles Europese boete is „een aanslag”, het Internationaal Strafhof „een existentiële kwestie”, het verbieden van een Amerikaanse techovername „een rode lijn”. Vaker vleit hij Nederland: „Onze allerbelangrijkste Europese partner”. Of zegt hij, diplomatiek: „Wanneer er meningsverschillen zijn, merk ik dat die zeer professioneel en respectvol worden afgehandeld”. Af en toe klinkt zijn ondertoon dreigend: Nederland is afhankelijker van de VS dan andersom.

Met de benoeming van zakenman en campagnedonateur Popolo (59) koos Trump vorig jaar voor een milder type ambassadeur dan de rechtse politicus Pete Hoekstra, die hij in 2017 naar Den Haag had gestuurd. Hoekstra zocht graag en vaak de confrontatie, vooral met journalisten, en bleek niet diplomatiek neutraal in de Nederlandse politiek. Inmiddels is hij ambassadeur in buurland Canada, waar de regering-Trump aanhoudend ruzie mee maakt.