In de openingsscène van de stomme film Weergevonden uit 1914 zien we hoe een man zijn woning betreedt terwijl hij ondersteund wordt door een vrouw. Op de achtergrond rijdt een paard-en-wagen. Twee heren van stand houden hun pas in om het tafereel te bekijken. Wie is de man? Waarom wordt hij ondersteund door de vrouw?

Op de daarop volgende beelden draagt de man een keppel en staat hij voor een mooi gedekte sjabbattafel, omringd door twee dochters. Hij moet blind zijn, want hij grijpt bijna mis als hij de challe, het gevlochten brood, in zout wil dopen.

In de volgende ruim drie kwartier zien we hoe de oudste dochter een relatie krijgt met een niet-Joodse arts. Haar wanhopige vader verbreekt het contact, met als gevolg dat hij en zijn andere dochter in een kelder moeten gaan wonen omdat de verstotene in hun levensonderhoud voorzag. Het contact wordt hersteld als de jongste dochter ernstig ziek wordt en haar zwager haar geneest.

De Israëlische regisseur Eyal Boers (51) was „flabbergasted” toen hij de film voor het eerst zag. „Zó’n oude film met zó’n Joodse verhaallijn, daar stond ik echt van te kijken”, zegt hij vanuit zijn woonplaats Givatayim, nabij Tel Aviv. Nederland telde in 1914 zo’n 6 miljoen inwoners, rekent hij voor, van wie er ruim 100.000 Joods waren. „Te weinig om zo’n film tot een commercieel succes te maken, maar de thema’s in Weergevonden – de kloof tussen arm en rijk en die tussen conservatieve ouderen en progressieve jongeren – spraken een breed publiek aan.”