Teenage Sex and Death at Camp Miasma. Met die titel begon het maakproces van de derde film van regisseur Jane Schoenbrun. „Ik zat op de bank en die volledige titel schoot gewoon in mijn hoofd: hij kwam me halen!”, zegt hen – Schoenbrun gebruikt voornaamwoorden hen/hun. „Ik dacht: ik moet erachter komen wat dit is, waar dit toe leidt.”
Het leidde naar het filmfestival van Cannes. De ochtend na de première van Teenage Sex – een afkorting die je niet buiten Cannes moet gebruiken; ‘teenage sex is geweldig!’ – praat Schoenbrun euforisch met een groepje journalisten in het luxe Marriott-hotel. Cannes voelde als „een goede elektrische stoel”, zei Schoenbrun erover. De film werd een van de hoogtepunten van het festival, met negen minuten applaus en briljante kritieken. Extra bijzonder voor een film waarin méér dan één hals verandert in een bloedfontein.
De horrorkomedie volgt Kris – een filmregisseur die opviel met haar feministische remake van Psycho, vanuit het perspectief van het douchegordijn. Nu wordt ze de Hollywood-motor ingezogen. Ze moet nieuw (‘woke’) leven blazen in de beroemde horrorreeks Camp Miasma; een ouderwets slachtfeest waarin lustige tieners geperforeerd worden met speren op zomerkamp. Het monster? Een transpersoon met een ventilatierooster als hoofd en de dubbelzinnige naam ‘Kleine Dood’ (ofwel: orgasme).















