Wie de schoonheid ziet van een algemeen voorkomende vogel zoals een huismus, kauwtje, merel, roodborst of spreeuw kan zijn hart permanent ophalen, al tijdens het wandelingetje naar de bakker. Maar het wordt nog meer genieten wanneer je ineens oog in oog staat met een prachtig en minder vaak gezien exemplaar, zoals een ijsvogel, groene specht of goudvink. Dan maakt je hart een sprongetje: je beseft wat een mazzelaar je bent dat jíj die vogel nu eindelijk eens zag.

Waarom is vogels kijken nou zo leuk?

Allereerst omdat het je bij vogels kijken niet al te makkelijk wordt gemaakt. Voor zo ongeveer alles in het leven geldt: van iets dat schaars is geniet je het meest. En om goed naar een vogel te kijken moet je in de meeste gevallen (de duiven op de Dam daargelaten) wel een klein beetje moeite doen. En soms heel veel. Wat de beloning, als het dan gelukt is, alleen maar mooier maakt.

Verder zijn vogels gewoon hartstikke leuke en mooie wezentjes. Met die verhoudingsgewijs frêle pootjes onder dat ronde buikje, en dat snaveltje op het kleine koppie geplakt, hebben ze een hoog schattigheidsgehalte. (Roofvogels daargelaten, maar die hebben weer andere kwaliteiten.) Kijk eens goed en aandachtig naar een huismus, een van de ‘gewoonste’ vogeltjes in onze omgeving. Die streepjes bruin en grijs in vele tinten: de huismus is een kunstwerk, waar je misschien wel jarenlang achteloos aan voorbij bent gegaan.