Ook bij vogels kijken geldt: al doende leert men. Hoe vaker je naar buiten gaat met je verrekijker, al dan niet extra bewapend met de vogelgeluidenapp, hoe meer vogels je zult zien en hoe beter je wordt. En hoe meer je weet, hoe groter de kans dat je ook de moeilijker te treffen soorten een keer ziet, waarna – ik geef het je op een briefje – de lol van vogels kijken alleen nog maar groter wordt. Want elke bijzondere vogel smaakt naar meer. Die wil je nóg een keer zien, en dan beter en langer. Ik heb mannen van in de zestig zien stuiteren van geluk bij hun eerste wielewaal, roerdomp, baardmannetje of waterral. Jarenlang jezelf kunnen verliezen in een bezigheid die niet alleen fysiek gezond is maar die je ook voortdurend bij laat leren is een zegen – jezelf blijven ontwikkelen heeft bewezen positieve gevolgen voor gezondheid en welzijn.

Een land vol leefgebieden

Om steeds nieuwe vogels te blijven vinden, is het handig je te verdiepen in hun voorkomen in bepaalde gebieden. Nederland is wat vogels betreft bijzonder: de verscheidenheid in soorten landschap is bij ons op een klein oppervlak enorm groot. Ga maar na: wij hebben zee, een rivierenlandschap, veengebieden en polders, stuifzandgebieden, hoge zandgronden met diepe bossen, mergelgrotten en heuvels in het zuiden en het unieke werelderfgoed de Waddenzee. En dat alles binnen hooguit een paar uur rijden. In andere landen zit je daar een volle dag voor in de auto, en dan nog steeds met minder afwisseling.