Voor een vogelaar is het bijna het hele jaar door ‘perfect’ weer om naar buiten te gaan. Je ziet immers altijd wel een paar vogels. Maar er zijn natuurlijk dagen of periodes dat je een grotere kans maakt iets écht speciaals te zien. Het is handig wat kennis te hebben van de verschillende fasen in het jaar dat je bepaalde soorten of gedragingen kunt waarnemen. Wat zijn nou de tópmomenten in een vogeljaar? En kun je ook in de ‘slappe vogelmaanden’ juli en augustus nog wat leuks zien? Een globaal – en zeker niet volledig – overzicht.
Februari/maartDe eerste liefdespaartjes!
Wie geen vogelaar is kent ongetwijfeld wél de uitdrukking ‘In mei leggen alle vogels een ei’. Helaas leren alle kinderen het verkeerd: daar klopt niets van. Verreweg de meeste vogels doen dat in maart, soms april, en tegen de tijd dat het mei is zijn veel jongen al uitgevlogen. Een grote aanrader is de website beleefdelente.nl: dit initiatief van de Vogelbescherming volgt diverse vogelsoorten met een webcam, zodat je live mee kunt kijken naar het bouwen van een nest (in het geval van bijvoorbeeld de zeearend, ooievaar en merel; andere trekken simpelweg in een nestkast), het paren, het leggen van eieren, het uitbroeden, het voeren van de jongen én het uitvliegen. Een feest om te volgen, dat privéleven van vogels (die gelukkig geen idee hebben dat ze massaal worden bekeken). Elk jaar op 1 maart gaan de camera’s weer aan. Leuk om te weten: sommige vogels zijn nog wat vroeger met het liefdesspel in de weer. Neem een supersoort als de bosuil: zij legt vaak al in januari eieren. Je kan zijn spookachtige ‘oe-hoe-hoooeeee’ al in november horen, als lokroep voor een vrouwtje. Dat het liefdesseizoen veel vroeger begint dan wanneer wij eindelijk in de zon op het terras zitten merk je al in februari en maart, als we nog in winterjas lopen: vogels beginnen bij het lengen der dagen al volop te zingen en te flirten. En bijvoorbeeld de prachtige zwarte specht, normaal erg moeilijk te zien want zeldzaam én heel schuw, laat zich in de baltsperiode net even wat vaker zien en horen – zowel bij het hakken van enorme gaten in een keiharde beuk (klank: mitrailleursalvo, niet te vergelijken met het zachte lieve rateltje van de grote bonte specht) als met zijn door het bos galmende lokroep. Kortom: de lente begint voor de vogelaar al in februari!









