Hoe leeft een mens verder die de vijfde en laatste waddenthriller van Matthijs Deen uit heeft? Je kunt naar Den Helder reizen. Daar biedt een stevige bries weerstand aan Holland hitteplanland en leiden straatnamen je naar de wateren uit die boeken: Marsdiep, Texelstroom, Dollard, Vliestroom, Lauwerszee. In de volle zon staat een kastje dat sporen van een hobby’s draagt (Nederlandse munten, van dr. H. Enno van Gelder), maar ook een kalme Bernlef (De onzichtbare jongen) en de bekroonde (Premio Strega 2002) roman Ga niet weg van Margaret Mazzantini, vertaald door Henrike Herber.

De schrijfster gooit je meteen in het diepe als de vijftienjarige Angela na een scooterongeluk met ernstig hersenletsel (ze had het riempje van haar helm niet vastgemaakt) een ziekenhuis wordt binnengebracht. Daar werkt haar vader Timoteo als chirurg – en terwijl hij doodsbang afwacht wat komen gaat, vertelt hij in gedachten aan zijn dochter zijn levensverhaal. Hij is een klassiek type man, die „een vaste gast in zijn eigen huis” meent te zijn: „Ik was een herenkostuum, opgehangen naast jullie relatie.”

Zo plaatst Mazzantini deze man in een positie waardoor de lezer geneigd is hem veel te vergeven. Dat er bekentenissen in zijn relaas zitten, weet je van de achterflap, waarop sprake is van „de buitenechtelijke verhouding die zijn steriele en uitgestippelde bestaan omvergooide en hem veranderde in een gewelddadige man”.