De meeste Nederlanders weten zo langzamerhand wel dat minder vlees eten gezond is, een boodschap die de overheid al jaren uitdraagt. Maar hoewel de verkoop van plantaardig voedsel toeneemt, daalt de verkoop van vleesvervangers sneller dan die van vlees. Hoe komt dat?

Een groep Britse en Duitse psychologen geeft dit antwoord: plantaardige vleesvervangers worden gezien als niet ‘mannelijk’ genoeg. Dat blijkt uit een uitgebreid onderzoek dat wordt gepubliceerd in het septembernummer van wetenschappelijk tijdschrift Social Psychological and Personality Science.

In twee experimenten lieten de psychologen in totaal bijna 1.400 mensen (onder wie geen vegetariërs of veganisten, en iets meer dan de helft vrouwen) foto’s zien van gerechten als taco’s, hamburgers en gehaktballetjes. Iedereen kreeg drie foto’s waar ‘vlees’ bij stond en drie waar ‘plantaardig vlees’ bij stond, maar de labels wisselden zodat de helft van de deelnemers een bepaald gerecht als vlees zag en de andere helft hetzelfde gerecht als vleesvervanger. Zo konden de onderzoekers kijken wat het effect van de labels was, los van de foto’s.

Gemiddeld beoordeelden mensen vleesvervangers als onaantrekkelijker, als minder ‘masculien’ en als iets waarvan ze zich wilden distantiëren en minder mee gezien wilden worden dan vleesgerechten. Dat was nog sterker het geval voor mensen die hoger scoorden op een seksismevragenlijst (met items als ‘de meeste vrouwen interpreteren onschuldige opmerkingen als seksistisch’ en ‘de meeste vrouwen waarderen niet ten volle wat mannen allemaal voor hen doen’).