Toen de eerste mobiele telefoons in de jaren negentig populair werden, was het nog heel normaal om ze zelf uit elkaar te halen. Inmiddels worden apparaten steeds vaker gelijmd in plaats van geschroefd, waardoor zelfs een slechte accu genoeg kan zijn om het hele toestel weg te gooien.

In elektronische apparaten zoals laptops, smartphones en wasmachines zitten waardevolle, zeldzame grondstoffen, zoals koper en lithium. Toch vormt elektronica de snelst groeiende afvalstroom. De Europese Unie wil die trend keren met het zogeheten recht op reparatie, dat repareren aantrekkelijker en toegankelijker moet maken. De richtlijn moet nog in alle lidstaten worden omgezet in wetgeving. In Nederland moet het wetsvoorstel nog door de Tweede Kamer worden behandeld.

De vraag is of deze regelgeving genoeg gaat zijn. "Mensen zijn eraan gewend geraakt om snel iets nieuws te kopen", zegt hoogleraar duurzaam consumentengedrag Ruth Mugge. "Repareren zit niet meer in onze manier van doen."

"Zuigt je stofzuiger niet meer zo hard? Dan kijk je op bol en heb je de volgende dag een nieuwe", schetst Mugge. "Reparatie is veel onzekerder en moeilijker. Waar ga je naartoe? Wat is er mis? En kies je toch voor reparatie, dan ben je het apparaat vaak lang kwijt. Ook de reparatiekosten zijn vaak een onzekere factor."