De waterstand van de Rijn heeft donderdag het laagste punt ooit gemeten bereikt. En dat zorgt ook voor problemen in onze regio. Schepen kunnen door aanhoudende droogte minder vracht vervoeren en sommige sluizen gaan minder vaak open. Dat kost geld, tijd en extra reizen.
“Je kunt aan het riet goed zien dat het water zo’n 20, 30 centimeter lager staat,” zegt binnenvaartschipper Dick Mudde, terwijl hij door het raam van de stuurhut kijkt. Hij ligt met zijn motorschip Navare in de kleine haven van Hendrik-Ido-Ambacht. “Ook verderop bij het gebied dat onder water mag lopen, zie je tussen de palen de bodem van de Waal. Dat is ongewoon, zeker voor deze tijd van het jaar.”
De ervaren schipper (64) heeft zelf geen last van het lage water. Zijn schoondochter kan elk moment bevallen. Daarom heeft hij tijdelijk geen opdrachten aangenomen. Dat komt nu goed uit. Maar lang stilzitten is niet gebruikelijk voor Mudde en zijn vrouw Ageet.
Met hun schip uit 1954 varen ze al tientallen jaren door Nederland, België en Duitsland. Ze wonen het hele jaar door aan boord en vervoeren materialen voor de bouw, zoals transformatoren, brugdelen, machines en generatoren.
De rivier bepaalt hoeveel ze kunnen meenemen. Normaal gesproken is dat zo’n 690 ton. Nu kan het 65 meter lange schip op sommige delen van de Rijn nog maar 220 ton aan. Bijna twee derde van de laadruimte blijft dus ongebruikt. “En dan heb ik nog mazzel dat ons schip maar 2.30m diep is. Daardoor kan ik met laag water langer doorvaren dan grotere schepen die dieper liggen.”














