Sinterklaasfeest op de terroristenafdeling van de penitentiaire inrichting in Vught. De gedetineerde vrouwen – dat waren zo’n tien jaar geleden nog voornamelijk vrouwen die waren afgereisd naar het kalifaat van Islamitische Staat in Syrië, of daarvoor hadden geronseld – knutselen met hun kinderen en de afdelingspsychologen mutsen van papier, maken tekeningen van Sint en Piet en eten pepernoten. Op de mannenafdeling in Vught – waar óók voornamelijk Syriëgangers, ronselaars en mannen zitten die een terroristische aanslag hadden voorbereid – hebben gedetineerden hun schoen gezet.
„We hadden een beetje grappend gezegd: jongens, doe het nou, je zult zien dat Sinterklaas langskomt”, zegt Gaby Thijssen, die tot twee jaar geleden als psycholoog in de PI Vught werkte, nu, tien jaar later. De schoenen stonden op een rijtje in de gang, de volgende dag zat er bij elk een zak snoep in. „Dan kun je denken: wat is dit voor iets stoms”, zegt Thijssen. „Maar een jaar later hadden ze het nog altijd over die schoenen, over Sinterklaas en die snoepzak. Terwijl ze zich tegen dat feest verzetten – te Nederlands.”
Afgelopen september promoveerde Thijssen op de psychologische behandeling van extremisme op Nederlandse terrorismeafdelingen. „Zoiets doet wat met hun beeld van Nederland. En dat van ons behandelaren. Ze gaan denken: je bent niet alleen mijn psycholoog, je bent eigenlijk ook best aardig.”













