Toen de Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi (1798-1837) in 1818 naar de laatste resten oudheid keek, kon hij zien wat er stond, maar – zo schreef hij – de glorie ervan ontging hem. „Ik zie de muren en bogen, de zuilen, de standbeelden en de verlaten torens van onze voorouders; maar hun glorie zie ik niet, noch zie ik de lauwerkrans en het ijzer waarmee onze voorvaderen omgord waren”, dichtte hij in ‘All’Italia’, het openingsvers van zijn Canti. Hij was teleurgesteld over wat er bij het Congres van Wenen (1814-1815) was beslist over Italië, en somber over de staat van het land dat nog steeds geen eenheid was.

Toen de Franse fotograaf Anne-Lise Broyer (1975) twee eeuwen later in Napels was voor haar fotoserie over landen rondom de Middellandse Zee, kwamen Leopardi’s woorden naar boven. „Het kan zijn dat ik het woord verkeerd heb begrepen, want ik zie glorie overal”, staat er bij een van haar foto’s. Bij de 57ste editie van het fotofestival Les Rencontres de la Photographie dat jaarlijks in de zomermaanden in de zuid-Franse stad Arles wordt gehouden, is tot 5 oktober te zien wat zij onder die glorie verstaat. De ‘glorie’ die afstraalt van de marmeren hoofden van weleer wijkt niet erg af van de hoofden van nu, ongeacht of je nu een vluchtelinge bent uit Libanon of een van oorsprong Griekse vrouw. Het hangt er maar net van af hoe je de beelden weergeeft, laat ze zien.