„Geweld gebruiken rechtvaardigt de wreedheid van de onderdrukker.” Op de plint van de tentoonstellingszaal in het Cesar E. Chavez National Monument in het Californische gehucht Keene staat een citaat van de bekende Amerikaanse burgerrechtenactivist. Het zou inspirerend zijn als het niet zo pijnlijk was.
Tot voor kort gold Cesar Chavez (1927-1993), oprichter van de vakbond United Farm Workers, als een icoon van de Latino-emancipatie in de jaren zestig en zeventig. Chavez voerde met name in het westen van de Verenigde Staten een harde strijd voor betere werkomstandigheden van veelal Mexicaans-Amerikaanse landarbeiders, die voor weinig geld lange dagen in de bloedhete velden maakten.
Dat was tot afgelopen maart. Toen bracht The New York Times naar buiten dat een groot aantal vrouwen, onder wie Chavez’ belangrijke bondgenoot Dolores Huerta, hem beschuldigden van seksueel misbruik en verkrachting. Huerta, inmiddels 96, raakte twee keer tegen haar wil zwanger van hem, zei ze. Onder de slachtoffers van Chavez waren ook minderjarigen.
Sindsdien zoeken de VS een nieuwe verhouding tot (de erfenis van) deze nationale held. In hoog tempo zijn straatnaamborden en standbeelden aangepast of weggehaald. San Jose smeerde cement op een trap met de naam van de activist. De universiteit van Berkeley maakte bekend een prominent gebouw dat naar Chavez is vernoemd een andere naam te geven. Cesar Chavez Day, een officiële feestdag, werd in Californië omgedoopt tot Farmworker Day.






