Toen ik volleybalde, als tiener, droegen we van die grote badstoffen onderbroeken als wedstrijdbroekjes. Dat was toen nog het verplichte tenue voor vrouwen in de volleybalcompetitie. Het waren natuurlijk geen echte onderbroeken, maar zo zagen ze er wel uit. Ik voelde me er vreselijk ongemakkelijk in, en niet alleen om hoe het eruitzag.

Je was telkens aan het trekken om het ding tussen je billen vandaan te houden, en om te voorkomen dat het randje van je échte onderbroek eronderuit zou piepen. Als ik ongesteld was, werd het ongemak nog groter: dan was ik als de dood dat een van de vleugeltjes van mijn inlegkruisje uit het broekje zou komen.

Ik was zo blij toen besloten werd dat vrouwen broekjes met pijpjes mochten gaan dragen – en niet alleen ik, trouwens. Niemand bleef de badstoffen slips dragen, hoewel het wel mocht.

Ik kan het me gezien mijn eigen ervaringen nauwelijks voorstellen, maar als topatletes zeggen dat de hoogopgesneden broekjes het lekkerst zitten, dan geloof ik dat meteen. Want niets is zo vervelend als een wedstrijdtenue dat niet lekker zit, dat heb ik óók zelf ervaren. Het leidt af en maakt je onzeker. Op de toppen van je kunnen presteren lukt dan niet.

Lees ook