Voorafgaand aan dit seizoen dacht Aston Martin juist klaar te zijn voor de aansluiting met de top. De renstal werkt al ruim twee jaar vanuit een hypermoderne fabriek in Silverstone.

Eigenaar Lawrence Stroll investeerde door de jaren heen al honderden miljoenen en met Adrian Newey werd de succesvolste ontwerper uit de recente Formule 1-geschiedenis binnengehaald. Ook begon Aston Martin als fabrieksteam aan een exclusieve samenwerking met Honda.

Dit moest het seizoen worden waarin al die investeringen zich zouden uitbetalen. Het tegenovergestelde gebeurde. Door problemen met onder meer de Honda-motor en een tegenvallend ontwerp hobbelen Alonso en Lance Stroll ieder Grand Prix-weekend achteraan.

Het dieptepunt volgde afgelopen weekend in België. Alonso eindigde met een tijd van 1.50,002 als 21e en voorlaatste in de kwalificatie. Sergio Pérez, die voor het nieuwe Cadillac-team rijdt, was op de twintigste plaats ruim twee seconden sneller. Stroll gaf vervolgens nog een tiende toe op zijn teamgenoot.

Alonso kwam liefst 5,641 seconden tekort op polesitter Kimi Antonelli. Toen de Spanjaard voorafgaand aan het weekend werd gevraagd naar zijn belangrijkste doel, antwoordde hij dan ook dat hij vooral op tijd thuis wilde zijn voor de WK-finale, die zondag een paar uur na de race op het programma stond.