Rond het plein bij de Haci Bayram Veli-moskee in Ankara zitten tientallen gepensioneerde mannen op de vele stadsbankjes. Sommigen staren zwijgend voor zich uit met een gebedsketting in de hand, anderen praten met hun buurman. De dreigende regenwolken lijken hen niet te deren. Het is een vertrouwd beeld in de Turkse hoofdstad. Toch gaat achter deze ogenschijnlijk ontspannen scène een hardere werkelijkheid schuil. Veel van de mannen die hier hun dagen doorbrengen, leven van een pensioen dat nauwelijks voldoende is om de huur, boodschappen en energierekening te betalen. Sommigen wonen daarom in goedkope hotels rond het plein.
„Niemand is tevreden. Vroeger kon je van een minimumloon of pensioen nog leven, maar dat is voorbij. Alles is duurder geworden”, zegt Ahmet Güngör (73), een kleine, tengere man met blauwe ogen en een pet op. „Mensen overleven nog, maar de vraag is hóé ze overleven.” Güngör werkte jarenlang als ijzervlechter in de bouw. Tegenwoordig leeft hij van een pensioen van 20.000 lira per maand, omgerekend ongeveer 400 euro.
Naast hem luistert de niet-gepensioneerde Latif Delil (46) mee. Ze hebben elkaar leren kennen in een goedkoop hotel waar ze beiden wonen. Ze betalen ongeveer 12 euro per nacht. Volgens hen is dat goedkoper dan een huurwoning in Ankara, omdat die 12 euro inclusief alles is. Delil is gescheiden en onderhoudt nog zijn drie kinderen. „Deze man hier kan amper rondkomen en leent mij af en toe zelfs geld. Wat moest ik zonder hem”, zegt Delil.







