„Ik kon niet anders.” De Cubaanse Arisleydi López herhaalt de zin vaak als ze vertelt over de uitzendprogramma’s in Cuba, waarbij artsen en verpleegkundigen de hele wereld over worden gestuurd. Ook als ze vertelt hoe ze haar familie in Cuba achterliet, vluchtte en asiel aanvroeg in de Verenigde Staten. „Eerst word je gedwongen in een ander land te gaan werken. Daar moet je dag en nacht doorwerken. Je staat continu onder druk. Ik kon niet anders dan vluchten.”

Cuba stuurt al sinds vlak na de Revolutie eind jaren vijftig medisch personeel naar andere landen. In eerste instantie vooral naar ideologisch verwante regeringen in Latijns-Amerika en Afrika. Ze gingen daar aan de slag in plattelandsgebieden, arme gemeenschappen of slecht bereikbare gebieden in de jungle. Afgelopen decennia is het programma uitgebreid.

Volgens Granma, de officiële krant van de Communistische Partij in Cuba, waren in 2024 meer dan 20.000 Cubanen als arts of verpleegkundige actief in ziekenhuizen in ruim vijftig landen. Het is een lucratieve business voor het Cubaanse regime: jaarlijks wordt tussen de 4 en 6 miljard dollar (tussen 4,5 en ruim 5 miljard euro) verdiend aan de contracten die Cuba sluit met buitenlandse regeringen.