Niek Moonen (47) zit onder zijn attractie. Zo voelt het nog althans. Eigenlijk heeft hij de zeldzame attractie gekocht voor zijn zoon Niek (21). Die zet zijn gewicht onder de draaischijf, samen met twee vrienden van zijn vader, die toekijkt. Het is een laatste test voordat ze de stangen onder de attractie vastzetten. Moonen zou overal bij willen helpen, zo zit hij in elkaar. Maar nu moet hij geholpen worden.
Moonen zit in een bureaustoel. Vanuit zijn neus loopt een slangetje, met tape achter zijn oor geplakt, en onder zijn T-shirt vastgezet met een veiligheidsspeld. Op de laatste dag voor de kermis begint, krijgt hij voortdurend vragen of updates over de laatste voorbereidingen. Technici vragen of de geluidsboxen goed hangen. Een leverancier appt dat een onderdeel van de reserve-computer voor de attractie later binnenkomt. En de kassa’s, één witte en één kanariegele, zijn nog onderweg.
De kermisexploitant staat op uit zijn bureaustoel. Op weg naar de lunchtent – „ik heb al vier dagen niets gegeten” – maakt Moonen praatjes met oude bekenden. Hij is een van de gezichten van de Tilburgse kermis. Een handjevol kermisfamilies bouwt er al tientallen jaren de publiekstrekkers. Elk jaar zien ze elkaar op dit moment in de binnenstad. Afgelopen dagen hebben alle andere families geholpen bij het opbouwen van de Jester, zoals de nieuwe attractie van de familie Moonen heet. „Die band is heel erg sterk”, zegt Moonen. „Ik zou hetzelfde voor hen doen.”












