Voor een moment valt Wos Hu (62), die vanuit de deuropening op Rotterdam-Katendrecht uitkijkt over de Maashaven, stil. „Een pretpark midden in de stad. Hoe kóm je erbij?” De buurtbewoner klinkt alsof hij dat zojuist voor het eerst hoort. Maar in 2012 vond hij het ook al een gek idee.
Kijkt Hu door het keukenraam, dan ziet hij schuin aan de overkant van het water een gedateerd reuzenrad, dat niet voor eventjes, maar al vijf jaar lang is stilgevallen. Tussen de schoorstenen op het terrein van de omgebouwde afvalcentrale loopt al veertien jaar geen enkele pretparkbezoeker.
Hennie van der Most, een ooit gevierd ondernemer uit het oosten van het land, stelde met het nooit geopende attractiepark op de zuidoever het geduld van Rotterdam stevig op de proef. Tot in april van dit jaar een schuldeiser handelde: het volledige park – inclusief attracties – ging in een executieveiling onder de hamer.
Maar in plaats van dat het terrein vrijkwam voor woningbouw, zoals de stad had gehoopt, zag een volgende ondernemer z’n kans schoon om avontuurlijke dromen te verwezenlijken. De even eigenzinnige als vermogende zakenman Wim Beelen was de hoogste bieder. Hij beoogt het eerste deel van het pretpark deze zomer nog te openen.














