Nog steeds wordt Menno de Jong (63) regelmatig geïntroduceerd als ‘de nieuwe Jaap van Dissel’, al staat De Jong inmiddels meer dan twee jaar aan het hoofd van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. Maar de bijnaam deert hem niet. Hij „hoeft geen BN’er te worden”, en probeert Nederland „gewoon” zo goed mogelijk voor te bereiden op de volgende pandemie, vertelt hij in zijn kantoor in Bilthoven.

De opkomst van het hantavirus had een moment kunnen zijn waarop De Jong die associatie met zijn voorganger van zich af had kunnen werpen. De naamsbekendheid van een CIb-directeur hangt namelijk samen met een crisis, denkt De Jong.

Was hanta dan geen crisis?

„Geen crisis waarvan ik dacht dat dit een nieuwe pandemie ging worden.”

Sterker nog, zegt De Jong grappend: „Als iemand dit scenario had geschreven om te oefenen met pandemische paraatheid in Nederland had ik gezegd: ‘wees een beetje serieus’.