Het Belgische C-130 Hercules-transportvliegtuig vloog in 1996 met 41 inzittenden, met name leden van het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht, naar de vliegbasis. Bij de landing vloog een zwerm vogels in de motoren. Het toestel stortte naast de landingsbaan neer en er brak brand uit in de cockpit.

De brandweer bluste de brand, maar wist niet dat er nog passagiers aan boord waren. Pas toen de hulpdiensten veilig het toestel in konden, stuitten ze op de lichamen op de vloer. 34 van de 41 inzittenden waren omgekomen. Veel hulpverleners die bij de bergingswerkzaamheden betrokken waren, kampen nog steeds met de nasleep. Zij kegen destijds een spreekverbod opgelegd en mochten dus niet over de gebeurtenis praten.

Burgemeester Jeroen Dijsselbloem opende woensdag de herdenking op de vliegbasis. Daarna hielden nabestaanden toespraken, legden overlevenden bloemstukken neer en was er een moment van stilte. Om 18.03 uur, het tijdstip van de crash van de Hercules, vloog een Belgisch vliegtuig over.

Dijsselbloem stond stil bij het grote leed van de nabestaanden. In zijn rol als burgemeester sprak hij spijt uit over de gang van zaken na de ramp. Hij benoemde onder meer de grote onzekerheid waar betrokkenen in bleven zitten en het spreekverbod voor de hulpverleners. "Het is juist belangrijk dat we er met elkaar over praten", zei de burgemeester.