Uit nieuw onderzoek blijkt dat kinderen van niet-westerse migranten hun onderwijsachterstanden in taal en rekenen snel inlopen op de rest van de bevolking. Waar migrantenouders in het onderzoek nog een achterstand in taalvaardigheden hadden, maakten hun kinderen daarvan 50 procent goed. Voor rekenvaardigheid is dat elke generatie 60 procent.

Dit zijn de uitkomsten, gepubliceerd in het Journal of Population Economics, van een vergelijking van de taal- en rekenvaardigheden van 27.390 ouders met hun 43.795 kinderen. Die vaardigheden konden via de gemaakte Cito-scores vanaf 1977 met elkaar worden vergeleken. Van de volledige onderzoeksgroep hadden 1.130 ouders en 1.640 kinderen een niet-westerse migratieachtergrond, specifiek afkomstig uit vier gebieden: Suriname, de Antillen, Marokko en Turkije.

Geen effect migratieachtergrond

Volgens Tijana Breuer, een van de auteurs van het onderzoek en universitair hoofddocent bij de Universiteit Maastricht, wijzen de uitkomsten er allereerst op dat de kloof in het onderwijs „fors krimpt”. „Als je het percentage door zou trekken, is de achterstand na twee tot drie generaties praktisch verdwenen, al is dat een schatting”, zegt Breuer.

Waar voorheen veel aandacht was voor de vraag of je Turks of Marokkaans was, maakt dat nu dus niet veel meer uit