De 23 teams mogen tijdens de Tour niet hun eigen hotel uitkiezen. De Franse Tour-organisator ASO bepaalt in welke hotels de ploegen overnachten. De renners mogen zelfs niet in een privécamper slapen. Zo hoopt de organisator voor gelijke omstandigheden te zorgen, maar een slecht hotel op een rustdag valt de ploegen erg zwaar.

"Er moet een minimum komen qua kwaliteit, netheid en locatie. Niet alleen op rustdagen, maar altijd", zei Roodhooft voor de start van de tiende etappe van de Tour de France. Alpecin-Premier Tech, de ploeg van onder meer Mathieu van der Poel, had het zwaar te verduren op de rustdag.

"Het was beneden alle peil. Maar klagen helpt natuurlijk niet", ging Roodhooft verder. Zijn ploeg deelde een hotel met onder meer Picnic PostNL, waar Robbe Dhondt voor rijdt. De Belg was ook niet te spreken over de omstandigheden.

"Er was ongedierte, er waren geen airco's en we sliepen in erg kleine ruimtes", vertelde Dhondt bij Sporza. Zijn Nederlandse ploeg bleek wel voorzorgsmaatregelen te hebben genomen. "We hebben geprobeerd er het beste van te maken met eigen matrassen en mobiele airco's."

Bij de Noorse ploeg Uno-X Pro Cycling sliep een aantal renners zelfs buiten. "We hebben genoten van een nachtje onder de sterrenhemel", zei Tobias Johannessen met een lach. "Het hotel was niet luxueus, maar buiten slapen ging beter. Daar waren minder insecten en muggen dan op onze kamers. De Tour is een avontuur en dat hebben we vandaag weer gemerkt."