Het Ierse voorzitterschap is begonnen, en dat is te merken. De Guinness zal de komende maanden rijkelijk vloeien in Brussel, terwijl de ambassade al trots aankondigt dat er de komende zes maanden meer dan 250 ‘presidency events’ op de agenda staan. Maar er is één onderwerp dat zwaarder weegt dan alle andere op het bureau van de Ierse diplomaten: de begroting.

Eind 2026 moet de nieuwe Europese meerjarenbegroting rond zijn, zo hoor je nu overal. Officieel mag het nog maanden langer duren, maar volgens de Europese Commissie is dat om technische redenen geen optie. Er zitten zoveel hervormingen in dat er een jaar nodig is om alles klaar te zetten voordat de begroting in 2028 daadwerkelijk ingaat, voor zeven jaar.

Iedereen in Brussel weet intussen wel wat er ook meespeelt. 2027 is een bomvol verkiezingsjaar. Vooral de Franse campagne die vanaf het voorjaar de toon zal zetten, en de kans op een radicaal-rechtse president, zet veel extra druk op de tijdlijn. Niemand wil dat de begrotingsdiscussie daardoor in het zicht van de eindstreep ontspoort. Haast is geboden.

Wie gaat dat betalen

Maar over de invulling is nog altijd grote verdeeldheid. De scheidslijnen zijn bekend. Ruwweg is er een groep die niet zo te spreken is over alle hervormingen die de Commissie voor ogen heeft, maar die de begroting graag ziet groeien. Daartegenover staat een groep van landen, met onder meer Nederland, die wél de hervormingen zien zitten, maar niet (veel) meer willen betalen.